Deze ontwerpstudie anticipeert op de vervanging van het Delftse spoorwegviaduct door een tunnel. De komst van een spoortunnel maakt in de breukzone tussen de historische binnenstad en de 19e / 20e eeuwse stad een herordening van het maaiveld mogelijk. Door de subtiele vervlechting van de ondergrondse infrastructuur en de wereld boven het maaiveld blijft een echo van het spoortracé in de ruimtelijke structuur zichtbaar en transformeert de breukzone tot koppelstuk tussen de stadsdelen. Het plan brengt in beeld op welke wijze dit nieuwe raamwerk van openbare ruimten een programma van 85 woningen, 50000 m2 kantoren, een nieuw station en 1,8 ha bedrijvigheid kan accommoderen. De studie is in opdracht van de gemeente Delft en in samenwerking met Ir R. van Genderen verricht.
De spoorlijn Amsterdam-Utrecht is gemoderniseerd. Het aantal sporen verdubbelde tot vier en alle overwegen zijn vervangen door ongelijkvloerse kruisingen. Met name de kruising met het riviertje het Gein dichtbij het station van Abcoude vormde hierbij een knelpunt. In opdracht van NS-Railinfrabeheer (nu Prorail) hebben wij gestudeerd op een oplossing waarbij de spoorlijn een volwaardig onderdeel van het landschap rond Abcoude en het dorp zelf zou blijven. Een spoortunnel werd in deze optiek op voorhand uitgesloten; de spoorlijn hoort erbij. De kruising van het spoor met het Gein is in dit voorstel vormgegeven als een rank en langgerekt civieltechnisch kunstwerk. Het Gein kruist dit kunstwerk moeiteloos en van een afstand gezien verschuilt het langgerekte kunstwerk zich in het silhouet van Abcoude.
Het masterplan toont een toekomstperspectief voor de gehele Kanaalzone in Middelburg en is in samenwerking met het bureau BVR ontwikkeld in opdracht van de gemeente.
Het ontwerp transformeert het kanaal door Middelburg tot een stedelijke ruimte midden in de stad. Een ruimte die door zijn robuust landschappelijke schaal de drager kan zijn van nieuwe stedelijke programma’s. Het zwaartepunt van het plan ligt in het stationsgebied. Vier stevige gebouwen, een nieuw busstation en nieuwe openbare kades ritmeren en geleden de langgerekte leegte langs het kanaal. De integratie van kadeconstructies, parkeergarages en kantoorgebouwen heeft geleid tot een nauwe samenhang tussen het ontwerp van de openbare ruimte en dat van de gebouwen.
Het Masterplan brengt in beeld hoe een verouderd bedrijventerrein en het spoorwegemplacement van Roosendaal opnieuw kunnen worden ontwikkeld. In het plan gaat het ontwerp van de stedelijke structuur hand in hand met het ontwerp van de toekomstige spoorlay-out. Deze integratie van stedenbouw en spoortechniek maakt duidelijk dat door het verplaatsen van het spoorwegemplacement de huidige barrière die de spoorlijn vormt kan worden opgeheven. Het gebied Spoorhaven kan hierdoor worden ingeweven in het netwerk van de stad. Dit netwerk van verbindingen maakt de ontwikkeling van een nieuw stedelijk gebied en een nieuwe stationslocatie mogelijk. De studie is gemaakt in opdracht van de gemeente en BPF Bouwinvest en omvat ruim 1000 woningen, een nieuw station, een bioscoop, stadskantoor, hotel, scholen, kantoren en grootschalige detailhandel.
Achter honderden meters hekwerk liggen aan de rand van Ede grote terreinen verscholen die binnen afzienbare tijd toegankelijk zullen worden.
Het voormalige terrein van de ENKA-kunstzijdefabriek is al in ontwikkeling, en een viertal kazerneterreinen is door Defensie verlaten. Voor Ede biedt dit een unieke kans de ligging aan de Veluwezoom te verzilveren. Het Masterplan hiervoor bestaat uit een raamwerk waarin cultuurhistorische relicten, landschappelijke kwaliteiten én infrastructuur tot een samenhangend geheel zijn gebracht. Binnen dit raamwerk kan een aantal verschillende stedelijke enclaves en een nieuw stationsgebied tot ontwikkeling komen.
Aanwezige hoogteverschillen, cultuurhistorisch interessante bebouwing en een per locatie verschillend programma en architectonische atmosfeer bepalen het ruimtelijk concept van min of meer autonome woon/werkgebieden in een landschappelijk raamwerk.
Zie ook deze website.
Over de oevers van het Spaarne in Haarlem loopt een snelle busverbinding naar Amsterdam-Zuidoost. Deze busverbinding loopt bij het Spaarne regelmatig vertraging op. De bruggen gaan vaak open voor beroepsvaart, en er ontbreekt een vrije busbaan. In samenwerking met Grontmij hebben we -binnen het huidige tracé- onderzocht op welke wijze rond de Langebrug de betrouwbaarheid van de busverbinding kan worden vergroot.
De locatie ligt aan de rand van de historische binnenstad. Binnen dit kleinschalige stadsbeeld is minutieus onderzocht hoe op een ruimtelijk respectvolle wijze extra infrastructuur voor de bus kan worden gerealiseerd zonder de gaafheid van het stadsbeeld en de samenhang in routes geweld aan te doen. Zowel tunnelvarianten als een verbeterde brug zijn op een gelijkwaardige wijze verkend. Uiteindelijk hebben we om zowel ruimtelijke als verkeerskundige redenen geadviseerd de huidige Langebrug te vervangen door een nieuwe brug met meer ruimte voor de bus én voor langzaam verkeer.
In het kader van een Open Oproep van de Vlaams Bouwmeester hebben we een ontwerp gemaakt voor de ontwikkeling van een stedelijk knooppunt aan de ring van Turnhout.
De inzet van ons ontwerpvoorstel was om -met behoud van het Parkway-karakter van de ring van Turnhout- de ontwikkeling van het stedelijk knooppunt aan te grijpen om de samenhang tussen de gebieden aan weerszijden van de ringweg te herstellen. Eén van de hoofdopgaves die we ons daarbij gesteld hebben is de zware verkeersstromen in het gebied beheerst vorm te geven. We doen dit door de ringweg gedeeltelijk verdiept te leggen, en een compacte vervoersknoop te ontwikkelen waar het regionale en locale verkeer op elkaar aansluit. Deze beheerste vormgeving moet garant staan voor de ontwikkeling van een knooppunt dat stedelijke kwaliteit heeft. Deze stedelijke kwaliteit vertaalt zich in een zorgvuldig ontworpen architectonische samenhang en materialisering van landhoofden, muren, hekwerken en toeritten. Twee kloeke gebouwen met publiek programma markeren het knooppunt.
In opdracht van de provincie Noord-Holland en de gemeente Zaanstad wordt de Wilhelminasluis verbeterd. Daarbij worden de in- en uitvaartopeningen verbreed en de bruggen aan weerszijden vernieuwd. Deze ingreep biedt een uitgelezen kans voor een kwaliteitsimpuls, waarbij het sluiscomplex meer dan nu een onderdeel van de stad wordt. Sleutelbegrippen daarbij zijn een goede openbare ruimte, herstel van een aantal historische kenmerken en een robuuste, zorgvuldig vormgegeven detaillering van de nieuwe sluis en bruggen.
Het stationsgebied wordt opgewaardeerd tot een knooppunt van vervoer. Optimale bereikbaarheid, een goede ruimtelijke verbinding met de binnenstad en het versterken van de vestigingsmogelijkheden in de nabije omgeving zijn belangrijke doelstellingen.
Het stationsgebied van Deventer is uniek in Nederland. De ligging van het station en spoor in een 19e eeuws park ter plekke van de voormalige vestingwerken maken het tot een bijzonder gebied. Het park, de Singel, de Buitengracht en de groene spoortaluds vormen samen een prachtig ensemble met een landschappelijke uitstraling.
Bij het ontwikkelen van twee modellen voor de stationsomgeving is er op ingezet het station -net zoals vroeger- weer volwaardig onderdeel te maken van dit ensemble. Een heldere oriëntatie en organisatie van de logistiek en de openbare ruimte zorgen ervoor dat het station en de binnenstad optimaal bereikbaar zijn.
De Leie, een belangrijke scheepvaartroute tussen de Schelde en de Seine, wordt gemoderniseerd. Grotere schepen moeten van deze route gebruik kunnen maken. Bruggen, kades en sluizen worden vernieuwd. In opdracht van Waterwegen en Zeekanaal NV hebben we de inpassingsmogelijkheden verkend voor de twee bruggen in Harelbeke.
Deze opdracht sluit aan op onze ontwerpwerkzaamheden voor de vernieuwing van het centrum van Harelbeke. Het is bij de vernieuwing van de bruggen de ambitie om ze beter aan te laten sluiten op de omringende structuur van openbare ruimte en meer comfort te bieden aan fietsers en voetgangers. Dit is een complexe opgave omdat de nieuwe bruggen hoger worden dan de huidige bruggen (die op hun beurt weer hoger liggen dan eerdere bruggen).
Hoogteligging, architectonische details, de positie van de landhoofden, de aansluiting op de kades, de positie ten opzichte van bestaande bebouwing… dit alles tezamen bepaalt het uiteindelijke beeld en comfort.
De uitkomsten van de studie zijn ingebracht in de Design and Build-aanbestedingsprocedure die is uitgeschreven voor de vernieuwing van de bruggen en de Sluis in Harelbeke.