English
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Ypenburg, Den Haag, 1995

PDF

Het Masterplan Buitenplaats Ypenburg uit 1994 betreft een uitbreidingsgebied voor circa 11000 woningen op het terrein van een voormalig militair vliegveld en is gemaakt in opdracht van het Samenwerkingsverband Ypenburg. Het plan bestaat uit twee componenten. Aan de ene kant een raamwerk van openbare ruimten en routes; aan de andere kant de velden, die in de loop van de tijd door een keur aan ontwerpers en ontwikkelaars tot woon- en werkgebieden zijn ontwikkeld. Het raamwerk is door ons bureau tot in detail uitgewerkt. Het is niet op de maat van de aanliggende woonbuurten gesneden maar heeft een eigen schaal en architectonische dimensie gekregen. De grote maten van het raamwerk gaan vergezeld van een eenvoudige, rustige detaillering. Het ontwerp is te begrijpen als een oefening in terughoudendheid.

IJburg, Amsterdam, 1995

PDF

Sinds het Pampus-plan uit 1965 zijn talloze ontwerpen voor een stadsuitbreiding in het IJmeer gemaakt. De locatie werd omstreeks 1995 opnieuw actueel. In ons ontwerp is gebroken met het voornemen om het IJmeer in te polderen en er een nieuwe stadslob te bouwen. De vingerstad is omgezet in een losjes samengesteld eilandenrijk. De openingen tussen de eilanden garanderen visuele en ecologische transparantie in de archipel. Het verschil tussen de ruwe en luwe watervlakken maakt een differentiatie van oevers mogelijk: bomendijken in het noorden, kades aan de baai, oevertuinen in het zuiden.

Terwijl de compositie van de archipel een zekere grilligheid vertoont, heeft de openbare ruimte op de eilanden een eenvoudige geometrische hoofdstructuur. Binnen deze hoofdstructuur krijgt ieder bouwproject een eigen relatie met de stad en het landschap. Naast de woon- en werkgebieden bieden een jachthaven, een strand, een transferium, en een begraafplaats, diverse nieuwe natuurgebieden.

Belvédère, Maastricht, 1998

PDF

Het project strekt zich uit van de noordwestelijke binnenstad tot aan de grens met België. Een grillige reliëflijn, diep ingegraven waterwerken en relicten van oude vestingwerken worden doorsneden door het  Noorderbrugtrace. Dit hybride landschap is de laatste locatie in Maastricht die kan voorzien in de stedelijke behoefte aan nieuwe woon- en werkgebieden. De ontwikkelingstermijn beslaat 20 à 25 jaar.

Het plan beoogt om de ondergrond van landschap en infrastructuur zo te reorganiseren, dat er een stabiel raamwerk voor het langdurige transformatieproces ontstaat. De knoop van verkeersbrug, afritten, water- en vestingwerken wordt ontrafeld, door de aanlanding van de Noorderbrug noordwaarts te verschuiven. Hierdoor kunnen de landschappelijke relicten worden opgenomen in een aaneengesloten parkgebied, het Frontenpark. De verkeersstructuur en de groenstructuur vormen samen een driedimensionaal ontwerp, waarbij dankbaar gebruik is gemaakt van het aanwezige reliëf.

Landstad, Deventer, 1999

PDF

Deze ontwerpschets is een studie naar de mogelijkheden om de verstedelijkingsdruk vanuit Deventer te accommoderen in het landschap rondom Deventer. De studie is verricht in het kader van de manifestatie Landstad Deventer in opdracht van de gemeentes Deventer, Olst en Bathmen. In het ontwerp wordt het injecteren van stedelijke programma's in het landelijk gebied getest als ontwikkelingsstrategie voor de ommelanden van Deventer. Landgoederen, nieuwe dorpen en woon/werkenclaves vinden hier een plek en liften mee op de kwaliteiten van het landschap. Het uitdagende van de ontwerpschets is dat dit meeliften zodanig wordt geregisseerd dat nieuwe kwaliteiten in het landschap en het gebruik ervan ontstaan. In plaats van een parasiet worden de woon/werkprogramma's de bron van nieuwe vitaliteit in het landelijk gebied.

AIR, Hoeksewaard, 1999

PDF

Dit plan is een van de acht inzendingen voor de manifestatie AIR Hoeksche Waard en is gemaakt in opdracht van de Rotterdamse Kunststichting. Het ontwerp fixeert geen eindbeeld en bestaat uit een gebiedsindeling (zonering) en een bijbehorend afsprakenstelsel (strategie). Het plan werkt als een tijdmachine die de veranderingen in het gebied moduleert naar tijd (tempo) en ruimte (schaal). Versnelling vindt plaats door aansluiting te zoeken bij het infrastructurele netwerk op regionale en internationale schaal. Vertraging vindt plaats door aansluiting te zoeken bij de trage cycli van de rivierendelta, en/of gebieden los te koppelen van de regionale en internationale infrastructuur. Het differentiëren van de schaal betekent dat het landschap zich ontwikkelt naar een meer geschakeerde samenstelling van verschillende onderdelen. Integratie betekent dat de verschillende onderdelen van het huidige landschap worden samengevoegd en opgaan in een groter geheel.

Zuidplaspolder, Zuid-Holland, 2002

PDF

De Zuidplaspolder vormt een schraal en verrommeld landschap, waarin ieder jaar 80 hectare in bebouwing of verharding wordt omgezet. We ontwierpen samen met HNS een “structuurbeeld” dat het landschap kwaliteit, maat en schaal verleent en voorbereidt op toekomstige veranderingen: eerst structuur, dan de claims.
De lagenbenadering is leidend. Het diepst gelegen zuidelijke deel wordt van verstedelijking gevrijwaard en ontwikkelt zich tot moeras en natuur. In het noordelijk deel wordt voortgeborduurd op het poldergrid. Door de linten te verdubbelen, door bomenlanen aan te planten en brede waterlopen te graven wordt het tot een “plantagelandschap” getransformeerd.
Door het polderpatroon worden regionale wegen geweven, op enige afstand parallel aan de autosnelwegen. Zij stellen de kwaliteiten van het gebied tentoon en verweven de Zuidplaspolder met de netwerkstad van de Zuidvleugel.

Quickscan stedendriehoek, Deventer, 2003

PDF

De combinatie van een fraai gevarieerd landschap met de nabijheid van steden maakt het gebied tussen Deventer, Apeldoorn en Zutphen geliefd om te wonen. Het Stedelijk netwerk stedendriehoek is op zoek naar meer differentiatie in het reguliere woningbouwprogramma en heeft ons gevraagd te zoeken naar vormen van extensief landelijk wonen en kleinschalige dorpsuitbreidingen binnen deze stedendriehoek.
Onze studie verkent een reeks van eigentijdse landelijke woontypologieën, in direct verband met hun specifieke landschapsondergrond. Nieuwe woonvormen en het creëren van nieuw landschap vallen samen binnen één strategie. Zo ontspint zich een samenspel tussen landschapsbouw en landelijk wonen, waardoor de variatie in het landschap evidenter en de landschapsstructuur als geheel steviger wordt. Voorbeelden uit de reeks zijn: nieuwe landgoederen langs de oeverwal, verscholen clusters in het monumentale kamerlandschap en nieuwe buurtschappen in het mozaïeklandschap van lanen en bospercelen.

Toekomstvisie van veenkoloniën van Borger-Odoorn en Stadskanaal, 2004

Wieringerrandmeer, Wieringen, 2005

PDF

Het Masterplan Wieringerrandmeer is een uitwerking van de eerder door bureau Hosper opgestelde visie om het oorspronkelijke eiland Wieringen weer los te maken van het vasteland.
Wieringen blijft achter de oude Wierdijk als een autonoom en authentiek landschap zichtbaar. De nieuwe woonvelden in de vorm van schorren richten zich op het nieuwe meer en houden afstand van het voormalige waddeneiland.
De schorren bestaan voor een deel uit riet- en graslanden en voor een ander deel uit de tuinen van de woningen. Op een aantal strategische plekken zijn de ‘kapen’ openbaar gemaakt. Hierdoor ontvouwt zich aan het eind van de schor het uitzicht op het grote meer.
Een deel van de woningen ligt in een lage dichtheid verscholen in een uitbreiding van het Robbenoordbos in de Wieringermeerpolder. Het andere deel vormt met zijn kavels zelf het landschap, in de vorm van een langgerekt eiland.

 

Onderzoek landelijk wonen, 2009

Wat is te verstaan onder landelijk wonen, en wat is het grondgebruik dat schuilgaat achter landelijk wonen?
Deze vragen hebben we onderzocht teneinde bij nieuwe opgaven de combinatie van gewenst programma en het beoogde landelijke karakter, op haalbaarheid te kunnen toetsen, en referentiebeelden op waarde te kunnen schatten.
Door de verkavelingsystematiek van diverse plannen en projecten uit te splitsen in losse planelementen ontstaat vergelijkingsmateriaal over netto dichtheid, de verhouding privé-openbaar en de indeling van het openbaar gebied. Samen met aanvullende gegevens over kavelomvang en -indeling ontstaat enerzijds concrete informatie over de mate van landelijkheid van de plannen. Anderzijds komen interessante wetmatigheden en verbanden aan het licht, zoals de verhouding tussen kavelgrootte en extra ruimte in het openbaar gebied, of het omslagpunt tussen ‘wonen in het landschap’ en ‘landschappelijk wonen in stedelijk gebied.

Zaan en IJ ruimteplan, Zaanstad, 2010

Zaanstad is zich breed aan het oriënteren op de toekomst. De stad wil haar positie binnen de metropoolregio Amsterdam versterken. De karakteristieke Zaanse kwaliteiten en de gunstige ligging binnen de regio bieden volop kansen voor een aantrekkelijk en divers vestigingsklimaat.
De ontwikkelingsmogelijkheden van de gebieden langs de Zaan en het IJ zijn door ons onderzocht en er is gekeken naar de mogelijkheden om de relatie tussen de Zaan en het achterland te verbeteren. Dit raamwerk is de ontwikkelingsbasis waarbinnen Zaan en IJ geleidelijk kunnen transformeren. 
Voor de verschillende locaties langs de Zaan is gezocht naar spelregels die zowel flexibiliteit bieden, als kwaliteit garanderen en stimuleren. Daarbij zijn de accenten en de mate van detaillering per locatie anders. Op een aantal locaties is nader ingezoomd en zijn toekomstbeelden geschetst.

Vliegveld Twente, 2010

Gebiedsontwerp Westflank, Haarlemmermeer, 2010

De Westflank van de Haarlemmermeer transformeert tot een waterrijk woonlandschap. De ontwikkeling van een duurzaam watersysteem legt de basis voor de landschappelijke herontginning van de polder, waarin plekken om te wonen en recreëren samenhangen met het ontwerp van water en landschap.   

Palmbout Urban Landscapes heeft in samenwerking met het projectbureau Westflank, Strootman Landschapsarchitecten, VPXDG Landschapsarchitecten en FARO architecten het Gebiedsontwerp voor het Programma van Eisen voor de Westflank gemaakt.
Het ontwerp voor het water heeft als doel om de Haarlemmermeerpolder een zelfvoorzienende waterhuishouding te geven. Daarvoor wordt een fijnmazig slootjesrijk gecreëerd en wordt een grote plas toegevoegd. Het ontwerp voor het landschap creëert een stevig raamwerk van bestaande en nieuwe lijnen in de polder. Behalve een nieuwe plas wordt een nieuw bos toegevoegd en biedt de open zuidpunt kansen voor agrotoerisme. Het nieuwe landschap zorgt voor verbetering van recreatiemogelijkheden en voor ecologische verbindingen.
De nieuwe woongebieden zijn op deze landschappelijke kenmerken geënt: wonen bij het bos in het noorden (Cruquiushof) en wonen in de vaarpolder bij Nieuw Vennep (Buiten Vennep). Meer kleinschalige vormen van wonen vinden een plek binnen een landschappelijke strategie voor de linten en in de Buurderij, een landgoedmilieu dat voortbouwt op de waarden van de Olmenhorst bij Lisserbroek. Zwaanssluis en Lisserhaven zijn twee nieuwe dorpen, die de verbinding leggen van het poldernetwerk met het water van de ringvaart en dat van de Zuidhollandse meren.

IJsselsprong, Zutphen, 2011

PDF

De IJsselvallei met haar Hanzesteden is één van de mooiste landschappen van Nederland.
Om de toenemende hoeveelheden rivierwater te kunnen verwerken heeft het Rijk in het Ruimte voor de Rivier  een aantal maatregelen bedacht voor de regio van Zutphen. De provincie en gemeenten hebben onderzocht hoe deze doelstellingen onder het motto ‘in één keer goed’ kunnen worden gecombineerd met de eigen ambities voor natuurontwikkeling, woningbouw en infrastructuur.
Er is gekozen om de benodigde ruimte te creëren door een extra riviergeul te graven die met hoogwater meestroomt met de hoofdgeul.
De oude IJsselmeander en de beeklopen aan de Veluwezijde worden verknoopt tot een samenhangende landschapszone als schakel tussen de verbindingen van de Veluwe met de IJssel. De rivierverruimende maatregelen zullen voor 2015 tot uitvoering gerealiseerd moeten zijn.


De IJsselsprong, de uitbreiding van Zutphen met 3000 woningen aan de overzijde van de rivier, is opgehangen aan de Hoven, de nederzetting bij de brug over de IJssel. Hij ontvouwt zich in westelijke richting op de stroomrug in de oude IJsselarm en in zuidelijke richting langs de rivierdijk. Groene wiggen en lintstructuren zorgen voor zichtlijnen in het woongebied op het silhouet van Zutphen en voor geleidelijke overgangen van het landschap naar het woongebied.
De omleiding van de provinciale weg zorgt dat het verkeer naar Zutphen zich niet meer door de kern van de Hoven en over de dijk hoeft te wringen. Hij slingert vanuit het noordwesten (Voorst) naar de zuidelijke IJsselbrug. Hij biedt als een parkway zicht op de Veluwe, de IJsselsprong en de torens van Zutphen aan de horizon.