Dit ontwerp betreft de herstructurering van een belangrijk deel van de Groningse Korrewegwijk (jaren '40 -'50), gelegen tussen een parkstrook en een verkeersknoop. De stedelijke vernieuwing vroeg om een complex programma van eisen (verzorgingstehuis, winkels, 150 woningen, voorzieningen) en om een verbetering van de stedenbouwkundige structuur. Op basis van ons ontwerp zijn er drie, onderling sterk samenhangende bouwopgaven geformuleerd. Vervolgens voerden wij de supervisie over de uitwerking door verschillende architecten. Daartoe is het achterliggende concept uitgediept met behulp van architectonische metaforen en beeldmerken. Niet het geven van een stijlvoorschrift, maar het articuleren van de architectuur van de stedenbouw stond hierbij voorop. Het project is in 1996 opgeleverd.
Stedenbouwkundig plan voor de herstructurering van een 60-er jaren woonwijk in Middelburg. Het ontwerp behelst een voorstel voor het centrum van de wijk. De ingreep bestaat uit de sloop van twee flats en een tweetal scholen en de realisatie van een nieuw scholencomplex en een uitgebreid winkelcentrum gekoppeld aan een zorgcentrum en ouderenhuisvesting. Het plan verheldert de ruimtelijke opbouw van de woonwijk en haar relatie met het naastliggende park.
Het plan behelst de herstructurering van de Pedagogenbuurt in de woonwijk Zuilen. De woonbuurt wordt in plaats van door straten gestructureerd door een raamwerk van groene openbare stroken. De bestaande bomen vinden een plaats in dit groene raamwerk en markeren de entrees van het woonpark. De contramal van openbaar groen laat ruimte voor acht alzijdige hybride woningblokken met gesloten hoeken en een continue rooilijn. Alle woningen hebben een parkeerplek in een van de collectieve garages die ontsloten worden vanuit de rand van het gebied. Het plan is gemaakt in opdracht van de gemeente Utrecht en Johan Matser projectontwikkeling en bevat 300 woningen.
De hovenverkaveling van Frankendaal vormt een schoolvoorbeeld van de naoorlogse moderne stedenbouw. De ontwerpers (Merkelbach en Karsten) verzoenden de openheid van het seriële bouwen met een zekere intimiteit van de ruimte tussen de blokken. Terwijl het groen en de bomen inmiddels zijn uitgegroeid tot het “kapitaal” van het gebied, is de bebouwing aan slijtage en veroudering onderhevig. Ons plan doet een voorstel voor een gedifferentieerd proces van vernieuwing. De hoofdstructuur van pleinen en parkstroken wordt versterkt door straten door te trekken en bomenlanen aan te planten. Daarbinnen worden drie strategieën gevolgd: regeneratie door particulier initiatief op basis van het bestaande stratenpatroon, restauratie van de meest gave hoven tot een gekoesterd intiem woonmilieu, en transformatie van het meest rommelige gedeelte tot een hybride bouwblok. Hierin worden bestaande en nieuwe gebouwen gegroepeerd om een gemeenschappelijke, afsluitbare binnentuin.
Het stedenbouwkundig plan voor Moerwijk-Zuid biedt de basis voor een veelomvattende herstructurering van deze vroeg naoorlogse Haagse buurt.
Van een seriematig opgezette compositie van portiekflats wordt de buurt omgevormd tot twee compacte enclaves aan weerszijden van een woonpark. Op deze wijze ontstaan binnen de buurt sterk verschillende ruimtelijke condities, waarbinnen een grote diversiteit aan woningtypes een plek krijgt.
Onderdeel van het stedenbouwkundig ontwerp is een ontwerp voor de inrichting van de openbare ruimte. Een stelsel van singels en lanen biedt het ruimtelijk kader voor de twee enclaves, en rijgt de diverse delen van de buurt aaneen.
Op een aantal plekken raken de openbare ruimte en de bebouwingsopzet elkaar nadrukkelijk. Keermuren worden entrees, bruggen worden zijgevels, gebouwen spiegelen zich in het water. Het zijn deze details die het ontwerp hechten aan zijn omgeving.
Het stedenbouwkundig plan voor de herstructurering van de Poptahof in Delft-Zuid betreft een 60'er jaren gebied dat verscholen ligt achter brede parklanes en de logistieke machinerie van een winkelcentrum. Hart van het plan vormt het centrale park. De atmosfeer van het park loopt door in de woonstraten. Door de contour van de bouwvelden te openen oriënteren de binnenhoven zich op het centrale park. De semi-openbare hoven en het openbare park worden zo visueel op elkaar betrokken. Deze ruimtelijke thematiek is een poging om de oorspronkelijke landschappelijke kwaliteit van de woonbuurt op een eigentijdse wijze te vertalen. Door de hoge parkeerdruk op het gebied zijn verdichting en dubbelgebruik noodzakelijk. Door de introductie van een opgetild maaiveld ter plekke van de binnenhoven ontstaat een reeks van semi-openbare en openbare ruimtes tussen voordeur en park.
De Staalmanpleinbuurt, één van de buurten uit het Algemeen Uitbreidings Plan voor Amsterdam ligt er mooi bij. Het groen langs de straten en in de collectieve tuinen is tot volle wasdom gekomen en geeft de buurt een volwassen en serene uitstraling. De bebouwing is echter aan slijtage onderhevig.
De bestaande ruimhartige maatvoering van de straten biedt ruimte voor een gevarieerde en gespreide boomplanting: een vorm van ‘bomenjazz’. Het park in het midden wordt uitgebreid, zodat het het hart van de buurt gaat vormen en alle straten er op uit komen.
De woonblokken zijn geordend in een straten- en strokenverkavelingen,of in zogenaamde stempels.
Op deze basis zijn drie zones in de buurt te onderscheiden. Het ontwerp speelt hier op in en biedt een strategie voor een geleidelijke vernieuwing op basis van een herordening van de openbare ruimte. Nieuwbouw, merendeels in de vorm van grondgebonden woningen vindt plaats op basis van de footprint van de huidige gebouwen. Bebouwing wordt vervangen of gerenoveerd, het grondplan blijft gehandhaafd. De volwassen bomen in tuinen en straten blijven staan.